Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2007, maar dit bezwaar werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn.
De rechtbank oordeelt dat de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift zes weken bedraagt en dat deze termijn op 4 december 2008 eindigde. Het bezwaarschrift werd echter pas op 5 juli 2012 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn.
De gemachtigde van belanghebbende voerde aan dat de overschrijding werd veroorzaakt doordat hij pas bij het invullen van de aangifte 2011 ontdekte dat belanghebbende mogelijk recht had op een hogere ziektekostenaftrek over de jaren 2007 tot en met 2010. De rechtbank acht dit geen geldige reden voor het overschrijden van de termijn, aangezien deze omstandigheid voor risico van belanghebbende blijft.
Daarom is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding en is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdig ingediend bezwaarschrift zonder verschoonbare termijnoverschrijding.