Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[gemachtigden].
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende is eigenaar van een gemeentelijk monument en heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een overkapping. De gemeente bracht hiervoor leges in rekening. Belanghebbende stelde dat dit in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, omdat eigenaren van niet-monumenten geen vergunning nodig hebben en dus geen leges betalen.
De rechtbank stelt vast dat monumenten vanwege hun specifieke karakter en het algemeen en cultuurhistorisch belang zwaardere eisen kennen dan niet-monumenten. Daarnaast is de situatie feitelijk en juridisch niet vergelijkbaar: belanghebbende heeft daadwerkelijk een vergunning aangevraagd en in behandeling gekregen, terwijl dat bij niet-monumenten niet nodig is.
De rechtbank oordeelt dat de ongelijke behandeling gerechtvaardigd is en geen schending van het gelijkheidsbeginsel oplevert. Ook wijst de rechtbank het beroep af dat de beperking van het eigendomsrecht gecompenseerd zou moeten worden door het achterwege laten van leges, omdat deze beperking gerechtvaardigd is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de legesheffing voor de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.