Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Vonnis van de kantonrechter d.d. 29 april 2013
[eiseres],
[gedaagde],
het verloop van de procedure
- tussenvonnis van 17 december 2012,
- conclusies van antwoord, repliek en dupliek.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 17 april 2008 trad eiseres in dienst bij j2T v.o.f. en werkte zij vanaf 1 november 2011 bij gedaagde, die de onderneming voortzette. Over de periode december 2011 tot en met juli 2012 ontstond een achterstand in loonbetalingen en vakantiegeld van € 3.738 bruto. Ondanks sommatie betaalde gedaagde niet, waarop eiseres op 16 juli 2012 ontslag op staande voet nam.
Eiseres vordert betaling van het achterstallig loon inclusief vakantiegeld, wettelijke verhoging, wettelijke rente, schadevergoeding gelijk aan loon over de opzegtermijn, proceskosten en nasalaris. Gedaagde erkent de loonachterstand maar voert verweer over de aansprakelijkheid.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde als werkgever gehouden is tot betaling van het loon en wijst de loonvordering toe. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot 20% (€ 747,60 bruto). De schadevergoeding wordt vastgesteld op één maandloon (€ 531,41 bruto) conform artikel 7:680 BW Pro, omdat de arbeidsovereenkomst naar het oordeel van de rechter voor onbepaalde tijd was voortgezet en de opzegtermijn één maand bedraagt.
De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd en de gevorderde nakosten worden afgewezen wegens gebrek aan motivering. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging, rente en een schadevergoeding gelijk aan één maandloon.