ECLI:NL:RBZWB:2013:11127
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Werkgever niet ontslagen van dwangsom wegens niet-tewerkstelling werknemer bij opdrachtgever
De werknemer trad in dienst bij een rechtsvoorganger van Trigion en werkte als beveiligingsbeambte bij Cargill. Na beëindiging van de overeenkomst tussen Trigion en Cargill nam HSN de beveiligingsdiensten over, maar nam de werknemer niet in dienst. De kantonrechter veroordeelde HSN tot tewerkstelling van de werknemer bij Cargill onder dwangsom.
HSN vorderde in kort geding opheffing, vermindering of opschorting van de dwangsom, stellende dat er geen werk voor de werknemer was en dat Cargill hem de toegang tot het terrein weigerde. HSN stelde dat nakoming onmogelijk was en dat de dwangsom daardoor zijn prikkel verloor.
De rechtbank overwoog dat HSN onvoldoende had aangetoond dat zij al het mogelijke had gedaan om aan de veroordeling te voldoen. E-mails van de directeur van HSN toonden aan dat er weinig inspanning was om de situatie te verbeteren of de bezorgdheid van andere werknemers weg te nemen. Ook was geen sprake van bezwaren tegen de werknemer zelf. De vordering van HSN werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing, vermindering of opschorting van de dwangsom wordt afgewezen omdat de werkgever niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij al het mogelijke heeft gedaan om aan de veroordeling tot tewerkstelling te voldoen.