ECLI:NL:RBZUT:2012:BY3283
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen opvolgend werkgeverschap na faillissement en doorstart met gewijzigde functie
De werknemer was sinds 1992 onafgebroken in dienst bij rechtsvoorgangers van de huidige werkgever. Na het faillissement van het oude bedrijf op 29 maart 2010, nam een nieuwe organisatie met dezelfde naam een deel van de activa en medewerkers over. De werknemer kreeg een tijdelijke arbeidsovereenkomst bij de nieuwe werkgever, die hij verlengde tot oktober 2011. Hij vorderde loonbetaling op grond van opvolgend werkgeverschap volgens artikel 7:668a BW.
De rechtbank beoordeelde of de arbeidsovereenkomst met de nieuwe werkgever kon worden gezien als voortzetting van de oude arbeidsovereenkomst. Hoewel het pand en een deel van het personeel hetzelfde waren, waren er wezenlijke verschillen in organisatiestructuur, arbeidsvoorwaarden en functie-inhoud. De werknemer had bij de oude werkgever een leidinggevende functie in de productie, terwijl hij bij de nieuwe werkgever een kantoorfunctie vervulde zonder leidinggevende taken.
De rechtbank concludeerde dat de arbeidsovereenkomst bij de nieuwe werkgever niet als opvolgend kon worden aangemerkt. De vordering van de werknemer tot betaling van achterstallig salaris en doorbetaling werd daarom afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot loonbetaling op grond van opvolgend werkgeverschap wordt afgewezen.