ECLI:NL:RBZUT:2012:BX3037
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid door nevenfunctie als arbiter
De besloten vennootschap Wieringa & Ten Cate BV verzocht de rechtbank Zutphen om mr. Gratama te wraken wegens vermeende partijdigheid. Verzoeker stelde dat de nevenfuncties van mr. Gratama, waaronder zijn rol als arbiter bij de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven, en zijn negatieve bejegening tijdens een comparitiezitting, aanleiding gaven tot een schijn van vooringenomenheid.
De wrakingskamer beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het verzoek. Gronden die betrekking hadden op feiten die verzoeker vóór of tijdens de comparitiezitting van 26 september 2011 kende, werden als niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek niet tijdig was ingediend. Het verzoek met betrekking tot de nevenfunctie als arbiter vanaf 1 januari 2012 werd wel ontvankelijk geacht.
De kern van de beoordeling betrof de vraag of het enkel vervullen van de functie van arbiter een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid oplevert. De wrakingskamer oordeelde dat een arbiter geacht wordt onpartijdig te zijn en dat zonder bijkomende feiten of omstandigheden geen reden bestaat om aan te nemen dat mr. Gratama partijdig zou zijn. Verzoeker had geen aanvullende feiten gesteld die dit vermoeden zouden ondersteunen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd de procedure voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Gratama is afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.