ECLI:NL:RBZUT:2012:BX1199
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Kort geding over voordracht turnster voor Olympische Spelen 2012
Wyomi Masela spande een kort geding aan tegen de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU) omdat zij vond dat de KNGU onrechtmatig handelde door haar voordracht voor de Olympische Spelen 2012 in te trekken en in plaats daarvan Céline van Gerner voor te dragen. Masela stelde dat de KNGU de kwalificatieregels tijdens de kwalificatieperiode had gewijzigd en dat zij onterecht geen rekening hield met haar eerdere voordracht.
De rechtbank constateerde dat de KNGU de interne selectieprocedure en de kwalificatieregels van NOC*NSF en het Internationaal Olympisch Comité juist had toegepast. De wijzigingen in het wedstrijdschema waren noodzakelijk en in overleg met coaches doorgevoerd. De KNGU had de voordracht van Masela ingetrokken conform een eerder vonnis en had een gemotiveerde keuze gemaakt tussen beide turnsters op basis van de meest recente prestaties.
De rechtbank vond dat Masela onvoldoende had aangetoond dat zij door de handelwijze van de KNGU in haar belangen was geschaad en dat de KNGU haar beslissing voldoende had gemotiveerd. De vorderingen van Masela werden daarom afgewezen. Tevens werd Van Gerner toegestaan zich te voegen aan de zijde van de KNGU en werden de proceskosten gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Masela af en bevestigt dat de KNGU de regels juist heeft toegepast bij de voordracht van Van Gerner.