ECLI:NL:RBZUT:2012:BW7880
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling rekening-courantvorderingen Bouw State Holding tegen Bouwhuis Vastgoed
De rechtbank Zutphen behandelde een kort geding tussen Bouw State Holding B.V. en Bouw State Holding II B.V. (eiseressen) tegen Bouwhuis Vastgoed B.V. (gedaagde) over de opeisbaarheid van rekening-courantvorderingen. De vorderingen waren in het kader van een herstructureringsvoorstel van de Bouwhuis Groep voor twee jaar buiten incasso gesteld, met een termijn tot 2 februari 2012.
Bouw State Holding stelde dat de vorderingen vanaf die datum opeisbaar zijn en dat Bouwhuis Vastgoed onvoldoende heeft onderbouwd dat de omvang van de vorderingen onjuist is. Bouwhuis Vastgoed voerde aan dat de vorderingen pas na afloop van de vastgoedfondsen, medio 2014, opeisbaar zouden zijn op grond van rekening-courantovereenkomsten die na de herstructurering zijn opgesteld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vorderingen vanaf 2 februari 2012 opeisbaar zijn en dat de overeenkomsten de opeisbaarheid niet beperken. De omvang van de vorderingen is voldoende onderbouwd door Bouw State Holding. Er is bovendien sprake van spoedeisend belang vanwege de financiële situatie van de vastgoedfondsen en de noodzaak tot aanvulling van liquiditeitsreserves.
Bouwhuis Vastgoed werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsommen, wettelijke rente vanaf 2 februari 2012, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Bouwhuis Vastgoed wordt veroordeeld tot betaling van de rekening-courantvorderingen aan Bouw State Holding en Bouw State Holding II, vermeerderd met rente en incassokosten.