ECLI:NL:RBZUT:2012:BW5706

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
27 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
472541 / HA 12-8
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • D.J. Buijs
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:670 BWArt. 7:685 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorwaardelijk ontbindingsverzoek wegens reflexwerking opzegverbod bij verslaving werknemer

Verweerder trad in maart 2008 in dienst bij verzoekster als medewerker expeditie. Op 30 december 2011 werd hij op staande voet ontslagen wegens hardnekkige weigering om redelijke instructies op te volgen en grove plichtsveronachtzaming. Verzoekster diende daarop een voorwaardelijk ontbindingsverzoek in.

De kantonrechter stelde vast dat verweerder verslaafd is aan alcohol en drugs, wat als ziekte in de zin van het Burgerlijk Wetboek wordt beschouwd. Ondanks de gedragsproblemen en herhaalde waarschuwingen, geldt het opzegverbod vanwege ziekte, waardoor het ontbindingsverzoek wordt afgewezen vanwege reflexwerking.

Verder werd opgemerkt dat disciplinaire maatregelen niet passend zijn bij ziektegerelateerd gedrag en dat de STECR werkwijzer verslaving en werk onder de aandacht van verzoekster wordt gebracht. Proceskosten werden niet aan de wederpartij toegekend.

Uitkomst: Het voorwaardelijk ontbindingsverzoek wordt afgewezen vanwege de reflexwerking van het opzegverbod bij ziekte door verslaving.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Kanton – Locatie Apeldoorn
Zaaknummer : 472541 / HA 12-8
Afschrift aan : mr. I.E. van Hassel en verweerder
Verzonden d.d. :
beschikking van de kantonrechter d.d. 27 februari 2012
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Detailresult Productie B.V.,
gevestigd te Velsen-Noord,
verzoekster,
gemachtigde: mr. I.E. van Hassel,
tegen
[verweerder],
wonende te [plaats, adres],
verweerder,
procederende in persoon.
Procesverloop
- het ter griffie binnengekomen verzoekschrift d.d. 19 januari 2012;
- de ter griffie binnengekomen exploot van dagvaarding d.d. 10 februari 2012;
- de mondelinge behandeling ter terechtzitting d.d. 13 februari 2012;
- de voortzetting van de mondelinge behandeling ter terechtzitting d.d.
20 februari 2012
Beoordeling
1. Verweerder, die 22 jaar oud is, is op 3 maart 2008 in dienst getreden van de rechtsvoor-
gangster van verzoekster als medewerker expeditie.
2. Hij is op 30 december 2011 op staande voet ontslagen, omdat hij , aldus verzoekster,
–ondanks herhaaldelijke waarschuwingen– hardnekkig weigerde aan redelijke instructies
van verzoekster te voldoen en grovelijk de plichten heeft veronachtzaamd die de
arbeidsovereenkomst en het toepasselijke bedrijfsreglement hem hebben opgelegd.
3. Verzoekster vraagt thans voorwaardelijk ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
4. In het verzoekschrift heeft verzoekster gesteld dat het verzoek geen verband houdt met
het bestaan van een opzegverbod. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of dit het
geval is en is tot de conclusie gekomen dat dit verband wel degelijk bestaat.
5. Immers aan verweerder wordt verweten dat hij vele malen gewaarschuwd is voor o.a. te
laat komen en onder invloed van drugs en/of alcohol op het werk te komen. Verweerder
is ook met medewerking van verzoekster opgenomen geweest. Bij verzoekster was
bekend dat verweerder een terugval heeft gehad.
6. Onder de gegeven omstandigheden staat vast dat verweerder verslaafd is aan alcohol en
drugs, hetgeen aangemerkt moet worden als ziekte in de zin van het Burgerlijk Wetboek.
Deze ziekte moet als de onderliggende oorzaak van de problemen worden gezien.
7. De reflexwerking van het opzegverbod brengt met zich dat het verzoek moet worden
afgewezen.
8. Terzijde wordt opgemerkt dat voor zover verzoekster verwijst naar art. 7 van Pro haar
bedrijfsreglement, dit in de gegeven situatie geen doel lijkt te treffen. Dit artikel luidt:
‘Voor alle bedrijfsruimtes alsmede de directe omgeving van het pand, geldt dat het
gebruiken van alcohol en drugs verboden is’. Verzoekster verwijt verweerder echter dat
hij (te veel) alcohol heeft genuttigd alvorens het pand te betreden. Dat lijkt de kern van
verweerders problematiek (die zoals hiervoor al overwogen ook drugsgerelateerd is) te
raken.
9. Voorts wordt opgemerkt dat uit de stukken niet blijkt van betrokkenheid van de
bedrijfsarts bij de problematiek van verweerder. De kantonrechter ziet aanleiding de
STECR werkwijzer verslaving en werk (www.stecr.nl) onder de aandacht van
verzoekster te brengen.
10. De kantonrechter onderkent en waardeert de positieve grondhouding van verzoekster
maar moet constateren dat disciplinaire maatregelen geen adequate reacties zijn op het
door ziekte veroorzaakte gedrag van verweerder.
11. In de omstandigheden van het geval wordt aanleiding gevonden voor compensatie van
proceskosten.
Beslissing
Het verzoek wordt afgewezen.
Iedere partij blijft belast met de eigen proceskosten.
Aldus gegeven door mr. D.J. Buijs, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 27 februari 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.