ECLI:NL:RBZUT:2012:BW3702
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing onderhoudsbijdrage aan vrouw na verhuizing en beëindiging winkelactiviteiten
De vrouw verzocht de rechtbank om een onderhoudsbijdrage van €1.500 per maand van de man, omdat zij geen inkomen had en behoefte had aan financiële ondersteuning. De man stelde dat de vrouw bewust had gekozen geen inkomen te genereren en over voldoende kapitaal beschikte om te leven tot een definitieve uitspraak.
Partijen waren verdeeld over het inkomen van de man, die aangaf een verzamelinkomen van €10.375 te hebben na aftrek van ondernemersaftrek. De rechtbank stelde vast dat de vrouw haar winkel in de echtelijke woning niet meer kon voortzetten na haar verhuizing naar Apeldoorn, maar dat dit niet ten laste van de man mocht komen. De verdiencapaciteit van de vrouw werd vastgesteld op €6.668 netto per jaar.
De behoefte van de vrouw werd vastgesteld op €1.200 netto per maand, waarvan na aftrek van haar verdiencapaciteit een netto behoefte van €644 resteerde. Dit werd omgerekend naar een bruto bedrag van €1.040 per maand. De draagkracht van de man werd berekend op basis van zijn inkomsten uit de vennootschap onder firma, rekening houdend met fiscale aftrekposten en lasten.
De rechtbank oordeelde dat de man voldoende draagkracht had om aan deze behoefte te voldoen en wees de onderhoudsbijdrage van €1.040 per maand toe, met de verplichting tot vooruitbetaling per maand. Het verzoek tot een hoger bedrag werd afgewezen.
Uitkomst: Man moet vrouw een onderhoudsbijdrage van €1.040 bruto per maand betalen.