ECLI:NL:RBZUT:2012:BW3598
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat KNGU te vroeg Wyomi Masela voordroeg voor Olympische Spelen 2012
Céline van Gerner, lid van de nationale turnselectie, werd door de KNGU als reserve aangewezen voor de Olympische Spelen 2012, terwijl Wyomi Masela werd voorgedragen als deelnemer. Van Gerner had tijdens het WK 2011 een blessure opgelopen en kon daardoor niet deelnemen aan het Testevent in Londen, waardoor zij nog vormbehoud moest tonen in de komende kwalificatiewedstrijden. De KNGU had echter al besloten om Masela voor te dragen, omdat zij aan alle formele kwalificatie-eisen voldeed.
Van Gerner stelde dat deze voordracht prematuur was, omdat de selectie pas na de resterende kwalificatiewedstrijden gemaakt kon worden. De rechtbank oordeelde dat de KNGU haar interne selectieprocedure niet correct had toegepast, omdat deze in strijd was met de hogere regels van NOC*NSF en het sjabloon turnen, waarin vormbehoud ook na het Testevent moest worden aangetoond.
De rechtbank veroordeelde de KNGU tot intrekking van de voordracht van Masela en bepaalde dat de voordracht pas kan plaatsvinden nadat de kwalificatiewedstrijden zijn afgerond. Indien Van Gerner in een van die wedstrijden vormbehoud toont, moet de KNGU een gemotiveerde keuze maken tussen beide turnsters op basis van het vastgestelde beslissingskader. De KNGU werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De KNGU moet de voordracht van Wyomi Masela intrekken en pas na de kwalificatiewedstrijden een keuze maken tussen Masela en Van Gerner.