ECLI:NL:RBZUT:2012:BV9874
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering op grond van finale kwijting in beëindigingsovereenkomst vennootschap onder firma
De zaak betreft een geschil tussen twee voormalige vennoten van een vennootschap onder firma over een vordering gebaseerd op een liquidatiebalans. De eiser vordert betaling van een bedrag dat volgens hem nog verschuldigd is op grond van de liquidatiebalans per 31 mei 2008.
De gedaagde verweert zich met het standpunt dat partijen elkaar finale kwijting hebben verleend in een beëindigingsovereenkomst van 28 februari 2008, waardoor de vordering niet meer kan worden toegewezen. De rechtbank onderzoekt de uitleg van het beding inzake finale kwijting en betrekt daarbij de taalkundige betekenis, de context van de overeenkomst en de rechtskennis van partijen.
De rechtbank oordeelt dat de finale kwijting ook ziet op de onderlinge rechtsverhouding tussen de partijen in deze procedure en dat de liquidatiebalans niet als solide fundament kan dienen voor de vordering. Ook het feit dat de eiser niet tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de jaarrekening en liquidatiebalans speelt mee in het oordeel.
Daarom worden de vorderingen van de eiser afgewezen en wordt deze veroordeeld in de proceskosten van de gedaagde.
Uitkomst: De vordering van [naam A B.V.] wordt afgewezen wegens finale kwijting in de beëindigingsovereenkomst.