ECLI:NL:RBZUT:2012:BV2125
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.M.A.G. van Valderen
- K.H.A. Heenk
- S.W. Knoop
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mensenhandel en uitbuiting
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van mensenhandel en uitbuiting van twee slachtoffers in de periode van maart tot mei 2011. Verdachte zou onder meer dwang, geweld en misleiding hebben gebruikt om de slachtoffers te laten werken als prostituee en voordeel te trekken uit hun seksuele handelingen.
De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van de feiten, maar de rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was. Alleen één slachtoffer deed belastende verklaringen, terwijl andere verklaringen en stukken onvoldoende ondersteuning boden. De verklaringen wezen er bovendien op dat het geld dat de slachtoffers verdienden in Estland werd ontvangen, waardoor het oogmerk van uitbuiting niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank wees het bewijsbeslag van één getuige af vanwege artikel 342 Sv Pro, dat vereist dat een verklaring van één getuige door ander bewijs wordt ondersteund. Gelet op het ontbreken van voldoende bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlasteleggingen.
De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafrechtelijke bewezenverklaring ontbrak. De rechtbank verwees de benadeelde partij naar de burgerlijke rechter voor haar vordering.
Het vonnis werd uitgesproken door mr. R.M.A.G. van Valderen, voorzitter, en mr. K.H.A. Heenk en mr. S.W. Knoop, rechters, op 24 januari 2012.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor mensenhandel en uitbuiting.