ECLI:NL:RBZUT:2012:BU9883
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kleinrensink
- Ouweneel
- Kropman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen met minderjarigen
De rechtbank Zutphen behandelde op 2 januari 2012 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met twee minderjarige slachtoffers, [slachtoffer A] en [slachtoffer B]. De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van deze feiten en tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf. De verdediging betwistte de aantijgingen en pleitte vrijspraak.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs voor de eerste tenlastelegging, die onder meer gebaseerd was op een aangifte en een mogelijk niet-authentiek MSN-gesprek, onvoldoende was om wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte de ontuchtige handelingen had gepleegd. Voor het tweede feit erkende de rechtbank dat de seksuele handelingen hadden plaatsgevonden, maar concludeerde dat deze geen ontuchtig karakter hadden vanwege het vrijwillige karakter en het ontwikkelingsniveau van verdachte, waardoor geen sprake was van overwicht.
Daarnaast werd de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf afgewezen omdat deze te laat was ingediend, na het verstrijken van de proeftijd. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en de officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging.