ECLI:NL:RBZUT:2011:BV0491
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en aanspraken spaargelden kinderen na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 2010 gescheiden. De vrouw vordert onder meer de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap volgens haar voorstel en betaling van bedragen ter aanzuivering van spaargelden van de kinderen van de man. De man vordert in reconventie de vaststelling van de verdeling en betaling aan zijn kinderen.
De kern van het geschil betreft de wijze van verdeling van het vermogen, waaronder een woning met bedrijfsruimte, voertuigen, inboedel, spaargelden van de kinderen en percelen grond. Partijen verschillen van mening over afspraken die zouden zijn gemaakt over het gelijktrekken van spaargelden van de kinderen en de terugbetaling van door de vrouw gebruikte spaargelden van haar kinderen.
De rechtbank constateert dat de vermogens van de kinderen in principe af te zonderen zijn en dat ouders het bewind over het vermogen van minderjarige kinderen voeren. Er is onvoldoende gesteld over slecht bewind of aansprakelijkheid. Ook is onduidelijkheid over de gemaakte afspraken, waarvoor bewijsopdrachten worden gegeven.
Verder is er discussie over de betaling van makelaarsnota's en de fiscale gevolgen van het beëindigen van de onderneming van de man. De vrouw beroept zich op omstandigheden zoals zorg voor een ernstig ziek kind en tijdelijke huisvesting. De rechtbank houdt verdere beslissing aan tot na nadere aktewisseling.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan tot nadere aktewisseling over de gestelde afspraken en bewijsopdrachten.