ECLI:NL:RBZUT:2011:BU9741
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Prisse
- Van der Mei
- Kropman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wegens onvoldoende onderbouwing wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank Zutphen behandelde op 30 december 2011 een zaak betreffende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte, die was veroordeeld voor onder meer witwassen en valsheid in geschrift. De officier van justitie stelde het te ontnemen bedrag aanvankelijk op €671.000,-, later bijgesteld tot €666.000,-, gebaseerd op vermoedens van opbrengsten uit drugshandel.
Verdediging voerde aan dat verdachte reeds voor de periode 2005-2011 een aanzienlijk spaarsaldo had en dat inkomsten uit autohandel, paardenhandel en een erfenis niet waren opgegeven aan de fiscus, waardoor het zwart geld betrof. De rechtbank constateerde dat er onvoldoende bewijs was dat de gelden uit drugshandel afkomstig waren en dat de fiscale gegevens ontbraken om een betrouwbare schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel te maken.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de vordering tot ontneming onvoldoende was onderbouwd en wees deze af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer, waarbij mr. Kropman en de griffier niet konden medeondertekenen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af wegens onvoldoende onderbouwing van het wederrechtelijk verkregen voordeel.