ECLI:NL:RBZUT:2011:BU9007
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Valderen
- Van Breda
- De Bie
- Rechtspraak.nl
Verplichte terbeschikkingstelling wegens ontucht met minderjarigen en eigen zoon
Verdachte werd beschuldigd van meerdere ontuchtige handelingen met minderjarige slachtoffers, waaronder zijn eigen zoon. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte tussen 1996 en 2008 ontucht heeft gepleegd met drie minderjarige jongens, waarbij ernstige seksuele handelingen werden verricht.
Uit psychiatrische en psychologische rapporten bleek dat verdachte zwakbegaafd is en een persoonlijkheidsstoornis heeft, wat zijn gedragskeuzes beïnvloedt. Ondanks zijn beperkte inzicht en motivatie voor behandeling, achtte de rechtbank behandeling noodzakelijk vanwege het hoge recidivegevaar en het gevaar voor de maatschappij.
De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat verklaringen van verdachte niet gebruikt konden worden wegens gebrek aan rechtsbijstand, en verklaarde verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. De opgelegde maatregel is terbeschikkingstelling met strenge voorwaarden, waaronder gedwongen klinische opname, medicatiedwang en alcoholverbod.
De vordering tot schadevergoeding van één slachtoffer werd toegewezen wegens bewezen schade, terwijl een andere vordering werd afgewezen wegens onvoldoende causaal verband. De rechtbank legde tevens een schadevergoedingsmaatregel op aan verdachte ten behoeve van het slachtoffer.
De uitspraak werd gedaan op 21 december 2011 door de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot terbeschikkingstelling met voorwaarden wegens ontucht met minderjarigen en zijn zoon.