ECLI:NL:RBZUT:2011:BU5807
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering gedwongen aandelenovername wegens onvoldoende bewijs van onredelijke aandeelhoudersverhoudingen
In deze zaak vordert eiser, een minderheidsaandeelhouder, dat mede-aandeelhouders worden veroordeeld tot overname van zijn aandelen op grond van artikel 2:343 BW Pro, vanwege vermeende onrechtmatige gedragingen die zijn belangen schaden.
De feiten betreffen een familiebedrijf waarin broers elk een derde van de aandelen houden. Er is sprake van verstoorde verhoudingen en meerdere geschillen over waardering van aandelen, dividenduitkeringen, en informatievoorziening. Eiser stelt dat mede-aandeelhouders misleidend hebben gehandeld, waardoor de waarde van zijn aandelen is verminderd.
De rechtbank oordeelt dat de gestelde misdragingen niet met voldoende waarschijnlijkheid zijn vastgesteld in dit kort geding. De waardering van de aandelen is gebaseerd op een deskundigenrapport dat de vermeende voorraadverschillen en andere punten niet relevant achtte voor de waardering. Daarnaast is het kort geding niet de juiste procedure om de complexiteit van de geschillen te beoordelen.
Daarom worden alle vorderingen afgewezen en worden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vorderingen tot gedwongen aandelenovername en overige gevorderde voorzieningen worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs.