ECLI:NL:RBZUT:2011:BU5694
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot oproeping in vrijwaring in verificatieprocedure faillissement
In deze zaak stonden meerdere verificatieprocedures in het faillissement van Storteboom Putten B.V. centraal, waarbij de Derksen-vennootschappen vorderingen tot verificatie hadden ingediend. De curatoren van de gefailleerde vennootschap verzochten de rechtbank om NMB-Heller N.V. in vrijwaring op te roepen, stellende dat indien zou blijken dat de vorderingen niet rechtsgeldig aan NMB-Heller waren verpand, zij onterecht hadden geïnd.
De rechtbank oordeelde dat de Faillissementswet met betrekking tot verificatie van schulden een doelmatige afwikkeling van geschillen beoogt over het bestaan, de omvang en eventuele preferentie van vorderingen. In deze procedure is geen plaats voor een vrijwaringsgeding, omdat de renvooiprocedure uitsluitend beslist of een vordering al dan niet in de lijst van geverifieerde schuldeisers wordt opgenomen.
De rechtbank wees de vorderingen tot oproeping in vrijwaring af en veroordeelde de curatoren in de proceskosten van de incidenten. De zaak werd aangehouden voor verdere beslissing, waarbij de rechtbank tevens bepaalde dat de zaak op 7 december 2011 weer op de rol zou komen voor conclusie van antwoord.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot oproeping in vrijwaring af en veroordeelt de curatoren in de proceskosten.