ECLI:NL:RBZUT:2011:BU5515
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Troost
- Prisse
- Tas
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen met minderjarige
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarig meisje in de periode van 1 januari 1999 tot en met 18 juni 2000. Het Openbaar Ministerie stelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat het slachtoffer jonger dan zestien jaar was ten tijde van de handelingen, noch dat zij aan de zorg of waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd.
Verdachte erkende ontuchtige handelingen te hebben verricht, maar ontkende het binnendringen van het lichaam van het slachtoffer en kon niet aangeven wanneer deze handelingen hadden plaatsgevonden. Zowel het slachtoffer als haar moeder verklaarden dat het misbruik begon toen het slachtoffer vijftien of zestien jaar oud was.
De rechtbank oordeelde dat op basis van de verklaringen en overige omstandigheden niet vast te stellen was dat de handelingen plaatsvonden vóór de zestiende verjaardag van het slachtoffer. Ook kon niet bewezen worden dat het slachtoffer aan de zorg van verdachte was toevertrouwd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en verklaarde de vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet bewezen kon worden dat het slachtoffer jonger dan zestien was ten tijde van de ontuchtige handelingen.