ECLI:NL:RBZUT:2011:BU4451
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kleinrensink
- Van der Hooft
- Draisma
- Rechtspraak.nl
Vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij en betalingsverplichting
Op 27 januari 2009 werd in een woning een in werking zijnde hennepkwekerij met 434 planten aangetroffen. De veroordeelde verklaarde dat er drie oogsten waren geweest, waarvan de eerste twee mislukt waren. De rechtbank baseerde de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op één oogst van 434 planten, met een standaardopbrengst van 28,2 gram per plant en een verkoopprijs van €2,37 per gram, minus afschrijvings- en variabele kosten.
De raadsman voerde aan dat de betaalde huurkosten in mindering gebracht moesten worden, maar dit werd verworpen omdat geen concrete onderbouwing werd gegeven. Er was geen draagkrachtverweer aangevoerd door de veroordeelde. De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €26.796,36 en legde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen.
De beslissing werd genomen na een openbare terechtzitting waarbij de officier van justitie, de veroordeelde en zijn raadsman aanwezig waren. De rechtbank baseerde zich op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en het rapport BOOM uit 2005 voor de berekening van het voordeel.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht €26.796,36 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen.