ECLI:NL:RBZUT:2011:BU1420
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing deelgeschil over vergoeding buitengerechtelijke kosten bij schadeafwikkeling
Op 17 januari 2008 liep verzoeker tijdens zijn werkzaamheden als glassnijder een ongeval bij zijn werkgever. Achmea, als rechtsopvolger van Interpolis, erkende de aansprakelijkheid namens de werkgever. Verzoeker vordert vergoeding van buitengerechtelijke kosten op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b en Pro c juncto 6:98 BW, waaronder kosten voor deskundige belangenbehartiging. Over een deel van deze kosten was al overeenstemming.
De rechtbank toetst haar bevoegdheid en stelt vast dat zij bevoegd is op grond van artikel 1019x lid 1 Rv en artikel 7:954 BW Pro. Vervolgens beoordeelt zij of het geschil voldoet aan de criteria van een deelgeschil zoals bedoeld in artikel 1019w Rv. De rechtbank concludeert dat het verzoek alleen betrekking heeft op de tussentijdse vergoeding van buitengerechtelijke kosten, terwijl partijen het eens zijn over het verdere schaderegelingstraject.
Achmea voert aan dat het geschil over buitengerechtelijke kosten dossieroverstijgend en diepgeworteld is, wat blijkt uit een openstaand bedrag van circa €360.000 aan kosten bij meerdere dossiers. De rechtbank acht de inzet van de deelgeschilprocedure in dit kader niet passend, omdat het niet zal bijdragen aan het bereiken van een vaststellingsovereenkomst. De procedure heeft zelfs contraproductief gewerkt doordat het schaderegelingstraject stil kwam te liggen.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek af en begroot zij de proceskosten op nihil, mede gelet op de dubbele redelijkheidstoets van artikel 1019aa Rv. De rechtbank volgt Achmea niet in haar verzoek om verzoeker in de kosten te veroordelen.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen en de proceskosten worden op nihil begroot.