ECLI:NL:RBZUT:2011:BT8902
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Valderen
- Van der Mei
- Ouweneel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mensenhandel en afpersing
De rechtbank Zutphen behandelde een zaak tegen drie mannen die werden beschuldigd van mensenhandel en dwingen tot prostitutie van een vrouw uit Doetinchem. Het slachtoffer had aanvankelijk verklaard dat zij onder dwang en geweld in de prostitutie werkte en geld moest afstaan, maar kwam later onder ede terug op haar aangifte en verklaarde vrijwillig te hebben gewerkt.
De officier van justitie stelde dat er voldoende bewijs was voor de ten laste gelegde feiten, waaronder dwang, geweld, misleiding en uitbuiting. De verdediging betoogde dat het slachtoffer vrijwillig handelde en dat er geen overtuigend bewijs was voor de beschuldigingen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van het slachtoffer inconsistent waren en dat er geen ondersteunend bewijs was voor de aangifte. Ook het vermeende geweld en de afpersing van een geldbedrag van €1.800,- konden niet wettig en overtuigend worden bewezen. Daarom sprak de rechtbank de verdachten vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Daarnaast wees de rechtbank de vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer af wegens niet-ontvankelijkheid en verwierp zij de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijke gevangenisstraf.
Uitkomst: De verdachten worden vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van mensenhandel en afpersing.