ECLI:NL:RBZUT:2011:BR5085
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurder moet huurprijs betalen over resterende huurperiode ondanks hogere vraaghuurprijs verhuurder
De zaak betreft een geschil over de betaling van huur en boetes tussen verhuurder en huurder van een winkelruimte. De huurovereenkomst liep oorspronkelijk voor twee termijnen van vijf jaar, met verlengingsovereenkomsten tot telkens een jaar. Gedaagden zegden de huurovereenkomst op per 31 januari 2011, maar stopten met betalen vanaf november 2010, omdat zij de winkel hadden verlaten en de sleutels hadden ingeleverd.
Eiser stelde dat gedaagden ondanks verhuizing en het ontbreken van een nieuwe huurder gehouden waren de huurprijs te voldoen tot het einde van de huurperiode. Verhuurder had het pand te huur gesteld tegen een hogere huurprijs, maar dit was geen reden voor gedaagden om de huur niet te betalen. De kantonrechter oordeelde dat verhuurder voldoende inspanningen had verricht om het pand te verhuren en dat de vraaghuurprijs niet exorbitant was. Daarom waren gedaagden gehouden de huur te voldoen.
De gevorderde boete wegens niet aanvullen van de waarborgsom werd afgewezen omdat dit als dubbelop en onredelijk werd gezien, mede gezien het naderende einde van de huurovereenkomst. De kantonrechter veroordeelde gedaagden tot betaling van de huur, boete wegens te late betaling en kosten, en wees het overige af. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van de huur over de resterende huurperiode, boetes en kosten, met afwijzing van de boete wegens niet aanvullen waarborgsom.