ECLI:NL:RBZUT:2011:BR1543
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een rechter in een civiele procedure, stellende dat hij na de stukkenwisseling niet meer in de gelegenheid was gesteld om stukken in te dienen en 'tripliek' te voeren. De rechtbank onderzocht op welke rechter het verzoek betrekking had en concludeerde dat het verzoek gericht was tegen de rolrechter in de zaak met kenmerk 432069 CV EXPL 11-104.
De rechtbank stelde vast dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend. De feiten waarop het verzoek was gebaseerd, waren verzoeker reeds bekend op 10 maart 2011, toen hem werd medegedeeld dat geen stukken meer konden worden ingediend. Het verzoek werd echter pas op 24 mei 2011 ingediend, wat ruim twee maanden later was.
Daarom verklaarde de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek en kwam zij niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de gronden. Andere aangevoerde gronden die betrekking hadden op eerdere procedures of niet aan een rechter konden worden toegerekend, werden buiten beschouwing gelaten.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens te late indiening.