ECLI:NL:RBZUT:2011:BR1539
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de bestuursrechtelijke zaken met nummers 10/1010 GGH 253 en 10/1046 WOZ 253 behandelde. Het verzoek betrof een algemene wraking van alle rechters van de sector bestuursrecht, met beschuldigingen variërend van wangedrag tot corruptie en ongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat een wrakingsverzoek gericht moet zijn op een specifieke rechter en moet worden onderbouwd met concrete feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van die rechter kunnen aantasten. Het verzoekschrift was algemeen en onvoldoende gespecificeerd, waardoor het niet als een geldig wrakingsverzoek kon worden beschouwd.
Gezien het feit dat verzoeker reeds meerdere wrakingsverzoeken had ingediend en bekend was met de inhoudelijke eisen, besloot de rechtbank op grond van artikel 8:18 Awb Pro dat toekomstige wrakingsverzoeken in deze zaken niet in behandeling worden genomen. De rechtbank verklaarde het huidige verzoek niet-ontvankelijk en sloot de deur voor verdere verzoeken in deze procedure.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan concrete onderbouwing en toekomstige verzoeken worden uitgesloten.