ECLI:NL:RBZUT:2011:BR0002
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in omgangszaken
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de omgangszaken behandelde, omdat zij meende dat de rechter niet adequaat reageerde op haar standpunt over misbruik en incest, en de behandeling beperkte tot minder relevante onderwerpen.
De rechtbank overwoog dat een rechter een ruime mate van vrijheid heeft bij het stellen van vragen en het bewaken van de orde tijdens de zitting. Het feit dat de rechter zich richtte op gebeurtenissen rondom de zomervakantie 2010 was niet onredelijk en sloot niet uit dat andere onderwerpen nog aan bod konden komen.
Verder was de behandeling nog niet afgerond en had de Raad voor de Kinderbescherming nog geen advies uitgebracht, waardoor er nog ruimte was voor verdere toelichting. Het eerdere kort geding-vonnis uit 2005 werd onvoldoende concreet onderbouwd om vooringenomenheid aan te nemen.
De rechtbank concludeerde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die het vermoeden van onpartijdigheid konden doorbreken en wees het wrakingsverzoek af. De procedure werd voortgezet zoals die was op het moment van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.