ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ5057
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- G. Vrieze
- Rechtspraak.nl
Vrije toegang tot recreatiewoning na ontruiming wegens boktorbestrijding
Eiseres huurde sinds 10 april 2008 een recreatiewoning van gedaagde, oorspronkelijk voor twaalf maanden met de bepaling dat het gebruik van korte duur was. Na afloop van deze periode bleef eiseres de woning gebruiken, ondanks dat gedaagde de overeenkomst had opgezegd per brief van 27 mei 2010 vanwege eigen gebruik en de korte duur van het huurcontract.
In november 2010 werd de woning geïnspecteerd op boktor, waarna bestrijdingswerkzaamheden plaatsvonden in maart 2011. Eiseres verliet de woning rond kerst 2010 vanwege deze werkzaamheden en betaalde sindsdien geen huur meer. Gedaagde stelde dat de huurovereenkomst was geëindigd, maar eiseres betwistte dit en vorderde vrije toegang tot de woning.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de huurovereenkomst niet was geëindigd omdat gedaagde geen rechterlijke beslissing had afgedwongen en eiseres niet schriftelijk had ingestemd met de opzegging. De korte duur van het huurcontract werd niet aannemelijk geacht gezien de feitelijke duur van de huur. Daarom werd gedaagde veroordeeld om eiseres binnen een week weer vrije toegang tot de woning te geven, met een dwangsom van €250 per dag bij niet-naleving en een maximum van €10.000.
De kosten van de procedure werden toegewezen aan eiseres, begroot op €981,98. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld om eiseres binnen een week weer vrije toegang tot de woning te geven met een dwangsom bij niet-naleving.