ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ2520
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Heenk
- Van der Hooft
- Ouweneel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dwang en mishandeling in prostitutiezaak
De rechtbank Zutphen behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het dwingen van een vrouw tot prostitutie en mishandeling in de periode januari tot mei 2009. Het slachtoffer had verklaard door verdachte te zijn gedwongen en mishandeld, maar haar verklaringen waren op verschillende punten tegenstrijdig en bevatten inconsequenties. De rechtbank vond dat er onvoldoende steunbewijs was om de verklaringen te staven.
De politie startte een onderzoek na een melding dat het slachtoffer uit een crisisopvang was vertrokken en mogelijk werd uitgebuit. Er werden telefoontaps ingezet na een machtiging van de rechter-commissaris. De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege onrechtmatige opsporingshandelingen, maar de rechtbank oordeelde dat de opsporingsbevoegdheden rechtmatig waren ingezet.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen voor het dwingen tot prostitutie en mishandeling. De verklaringen van het slachtoffer en getuige waren niet betrouwbaar genoeg en de telefoontaps toonden geen bewijs van dwang. Verdachte werd vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd afgewezen wegens de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor dwang en mishandeling.