ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ2227
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank wijst vordering geldlening toe na langdurige niet-terugbetaling
De familie eiser en gedaagde hebben een langdurige vriendschappelijke relatie. In 1998 heeft eiser een bedrag van fl. 315.000 (€142.940,77) overgemaakt aan gedaagden in Canada, na gesprekken over investeringen in de onderneming van gedaagden. Eiser stelt dat dit een geldlening betreft met een rente van 6% en een terugbetalingstermijn van 20 jaar. Gedaagden betwist de geldleningsovereenkomst en stelt dat er geen wilsovereenstemming was.
De rechtbank stelt vast dat Nederlands recht van toepassing is vanwege de verblijfplaats van eiser en de aard van de overeenkomst. Uit feiten en correspondentie blijkt dat gedaagden het bedrag niet als schenking beschouwde en de ontvangst heeft erkend. De rechtbank concludeert dat er een overeenkomst van geldlening is gesloten, ondanks het ontbreken van schriftelijke vastlegging van rente en voorwaarden.
De rechtbank wijst de vordering toe vanaf 1 oktober 2004, na ingebrekestelling, en veroordeelt gedaagden tot betaling van €50.029,28 plus wettelijke rente over het volledige bedrag vanaf die datum. De gevorderde contractuele rente van 6% wordt afgewezen wegens ontbreken van schriftelijke vastlegging. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €50.029,28 plus wettelijke rente en proceskosten.