ECLI:NL:RBZUT:2011:BP8569
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ouweneel
- Rechtspraak.nl
Ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij
Verdachte werd veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet door het exploiteren van een hennepkwekerij met 577 planten. In deze ontnemingszaak werd het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op basis van een gemiddelde opbrengst per gram hennep en aftrek van kosten zoals afschrijving, variabele kosten, personeelskosten, en huisvestingskosten.
De politierechter baseerde zich op het BOOM-rapport en stelde de opbrengst per plant vast op 28,2 gram met een verkoopprijs van €2,37 per gram, wat leidde tot een bruto opbrengst van €38.563,22. Na aftrek van kosten werd het voordeel geschat op circa €30.000. De civiele vordering van €29.500,98 aan de benadeelde derde werd buiten beschouwing gelaten omdat deze nog niet onherroepelijk was vastgesteld.
De verdediging voerde aan dat de ontnemingsvordering nihil moest zijn vanwege niet-betaalde energiekosten aan Liander, maar de rechter verwierp dit omdat deze kosten nog niet daadwerkelijk waren gemaakt. Ook een draagkrachtverweer werd afgewezen omdat niet aannemelijk was dat verdachte in de toekomst geen inkomsten zou kunnen genereren.
De politierechter legde verdachte de verplichting op om het bedrag van €30.000 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De uitspraak werd gedaan op 21 maart 2011 door politierechter Ouweneel.
Uitkomst: De politierechter stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €30.000 en legt ontneming van dit bedrag op aan verdachte.