ECLI:NL:RBZUT:2011:BP5341
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Borgerhoff Mulder
- Kleinrensink
- Troost
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit werkzaamheden in hennepkwekerij
De rechtbank Zutphen heeft op 22 februari 2011 uitspraak gedaan in een zaak betreffende ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Veroordeelde was eerder veroordeeld voor betrokkenheid bij een hennepkwekerij en het Openbaar Ministerie vorderde ontneming van €39.754,-. Veroordeelde stelde dat hij slechts per uur betaald werd en geen winst deelde.
Tijdens de terechtzitting verklaarde veroordeelde dat hij van mei tot en met september 2008 ongeveer vier tot vijf dagen per week, telkens vijf uur per dag, werkte tegen een uurloon van €15,-. De rechtbank achtte dit aannemelijk en stelde vast dat hij 450 uur had gewerkt, wat resulteert in een wederrechtelijk verkregen voordeel van €6.750,-.
Het draagkrachtverweer van de raadsman werd verworpen omdat niet aannemelijk was dat veroordeelde nu of in de toekomst geen draagkracht zou hebben. De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, conform artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Veroordeelde moet €6.750,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel betalen ter ontneming.