ECLI:NL:RBZUT:2011:BP5315
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Lookeren Campagne
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak fraude voorlopige teruggaven inkomstenbelasting 2007-2008
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak van een verdachte die werd verdacht van fraude met voorlopige teruggaven inkomstenbelasting over de jaren 2007 en 2008. De tenlastelegging betrof het onjuist en onvolledig doen van aangiften, waardoor te weinig belasting werd geheven. De Belastingdienst had vastgesteld dat verdachte een bedrag van €9.622,- had ontvangen op basis van onjuiste gegevens.
De officier van justitie achtte bewezen dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat een strafbaar feit werd gepleegd, maar niet dat het feit in vereniging met anderen was gepleegd. De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had en dacht dat de derde hem hielp bij zijn asielprocedure en financiële steun.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende steunbewijs was voor het tenlastegelegde en dat de verklaring van verdachte niet kon worden weerlegd met de stukken. Daarom werd verdachte vrijgesproken van fraude. Tevens werd het standpunt van niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie verworpen omdat de vervolging niet willekeurig was.
De uitspraak werd gedaan door politierechter Van Lookeren Campagne op 21 februari 2011.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor fraude met voorlopige teruggaven inkomstenbelasting.