ECLI:NL:RBZUT:2011:BP1121
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tegenbewijs tegen schuldbekentenissen inzake geldlening en achterstallig honorarium
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of gedaagde uit hoofde van twee onderhandse schuldbekentenissen een bedrag van €78.494,-- plus contractuele rente en achterstallig honorarium verschuldigd was aan eiser. Gedaagde mocht tegenbewijs leveren tegen de voorshands aangenomen schuld, waarvoor drie getuigen waren opgeroepen, waarvan er slechts één is gehoord.
Getuigeverklaringen en stukken werden beoordeeld, waarbij de rechtbank concludeerde dat gedaagde onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de schuldbekentenissen onjuist waren of dat de vordering niet bestond. Diverse stellingen van gedaagde, zoals dubbeltellingen en onterechte kosten, werden gemotiveerd betwist door eiser en niet overtuigend bewezen.
De rechtbank oordeelde dat de vordering van eiser, inclusief wettelijke rente vanaf 12 november 2008, toewijsbaar was. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het bedrag, de wettelijke rente en de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door rechter E. Boerwinkel op 19 januari 2011.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €99.782,91 plus wettelijke rente en proceskosten aan eiser.