ECLI:NL:RBZUT:2011:BP0621
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Feraaune
- Kleinrensink
- Van der Hooft
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedrijfsleider bloemenwinkel wegens gebrek aan bewijs ontucht met stagiaires
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen een bedrijfsleider van een bloemenwinkel die ervan werd verdacht twee stagiaires onzedelijk te hebben betast in de periode van oktober 2007 tot januari 2009. De feiten betroffen onder meer het betasten van billen, knijpen, slaan, kussen op de mond en andere ontuchtige handelingen waarbij sprake zou zijn geweest van misbruik van feitelijke verhoudingen en overwicht.
De aangiften werden gedaan door twee stagiaires, die verklaringen aflegden bij de rechter-commissaris. Het openbaar ministerie wilde de feiten bewezen verklaren op basis van deze verklaringen en aanvullend steunbewijs. De verdachte ontkende de feiten en stelde dat de aangiften uit wraak waren gedaan. Ook werden inconsistenties in de verklaringen van de aangeefsters aangevoerd en het ontbreken van eerdere meldingen tijdens de stageperiode.
Getuigen die nauw met de verdachte samenwerkten konden zich het gedrag niet voorstellen. De rechtbank oordeelde dat naast de aangiftes onvoldoende ondersteunend bewijs aanwezig was om de overtuiging te verkrijgen dat de verdachte de feiten had begaan. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
De vordering tot schadevergoeding van een van de benadeelden werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij tot betaling van de proceskosten, begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende ondersteunend bewijs naast de aangiftes.