ECLI:NL:RBZUT:2010:BO4170
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen meervoudige strafkamer wegens vermeende partijdigheid
Verdachte heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de meervoudige strafkamer van de rechtbank Zutphen, stellende dat een door de rechtbank gestelde vraag tijdens de terechtzitting een moreel appèl inhield en de suggestie wekte van schuld aan misbruik van zijn dochter. Hij vreesde daardoor dat de rechters niet onpartijdig zouden zijn.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld aan de hand van artikel 512 Wetboek Pro van Strafvordering en relevante jurisprudentie, waarbij het uitgangspunt is dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. De gestelde vraag werd in de context van het gehele verhoor geplaatst en niet als geïsoleerde aanwijzing van partijdigheid gezien.
De rechtbank concludeerde dat de vraag betrekking had op de gewijzigde proceshouding van verdachte en het mogelijke effect daarvan op het verwerkingsproces van zijn dochter, zonder dat dit een vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigde.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en de strafprocedure voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige strafkamer wordt afgewezen en de strafprocedure wordt voortgezet.