ECLI:NL:RBZUT:2010:BO4074
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Lookeren Campagne
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verstoring vogelnest en dassenburcht
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij in de periode maart tot juni 2009 in de gemeente Nunspeet bomen had gekapt nabij en op een dassenburcht en een vogelnest, waardoor verstoring van beschermde inheemse diersoorten zou hebben plaatsgevonden. De officier van justitie stelde dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kon worden verklaard.
Tijdens de terechtzitting op 2 november 2010 voerde verdachte aan dat er geen sprake was van verstoring in de zin van artikel 11 van Pro de Flora- en faunawet, omdat de ecologische functie van de dassenburcht en het vogelnest niet was aangetast. De rechtbank constateerde dat hoewel verdachte niet volledig had voldaan aan de gedragscode zorgvuldig bosbeheer, dit niet automatisch leidde tot een overtreding van de wet.
De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke werkzaamheden geen blijvende of significante aantasting van de functie van de verblijfplaatsen hadden veroorzaakt. Bewijsmiddelen, waaronder observaties van verbalisanten van boommarters bij het nest en vers uitgegraven zand bij de dassenburcht, ondersteunden dat de functie van deze verblijfplaatsen intact bleef.
Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. De rechtbank zag geen noodzaak om te beoordelen of het vogelnest daadwerkelijk door boommarters werd bewoond.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de verstoring van het vogelnest en de dassenburcht heeft plaatsgevonden.