ECLI:NL:RBZUT:2010:BO1381
Rechtbank Zutphen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
B&W Apeldoorn treedt terecht op tegen oneigenlijk gebruik terrein als parkeerterrein
De zaak betreft een verzoek van een vennootschap onder firma (v.o.f.) uit Klarenbeek die bezwaar maakte tegen het handhavend optreden van het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn tegen het gebruik van percelen als parkeerterrein bij een horecagelegenheid.
Verweerder had het verzoek van een derde-partij om handhaving afgewezen, waarna een dwangsom werd opgelegd om het gebruik te staken. Eiseres stelde dat het gebruik beschermd werd door het overgangsrecht omdat het al bestond ten tijde van het bestemmingsplan van 11 juli 1979 en dat er concreet zicht op legalisering was vanwege een overeenkomst met de gemeente en een voorontwerpbestemmingsplan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat het gebruik in aard en omvang overeenkwam met het gebruik in 1979, waardoor het overgangsrecht niet van toepassing was. Ook was er geen concreet zicht op legalisering omdat het ontwerpbestemmingsplan nog niet ter inzage was gelegd en de beoogde wijziging niet in de lopende bestemmingsplanprocedure was betrokken.
Verder werd geoordeeld dat het handhavend optreden niet onevenredig was, mede gelet op de overlast voor omwonenden en het feit dat eiseres bekend was met het strijdige gebruik. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het handhavend optreden is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.