ECLI:NL:RBZUT:2010:BN8803
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kleinrensink
- Van Valderen
- Boerwinkel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens onvoldoende onderbouwing wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank Zutphen behandelde op 1 oktober 2010 de ontnemingsvordering in een strafzaak waarin de veroordeelde was veroordeeld voor meervoudige oplichting. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €131.208,-, gebaseerd op een schadebedrag en terugbetalingen aan de bank.
De raadsman voerde aan dat de verdachte geen voordeel had genoten omdat bedragen waren opgenomen en teruggestort, en dat een betalingsregeling met de bank was getroffen. Tevens werd gesteld dat de verdachte leningen bij vrienden had afgesloten om de regeling te kunnen treffen.
De rechtbank constateerde dat het rapport met de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel ontbrak en dat uit het dossier onvoldoende bleek hoe het bedrag van €131.208,- was berekend. Hierdoor was de vordering onvoldoende feitelijk onderbouwd en werd deze afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer, met als rechters Kleinrensink (voorzitter), Van Valderen en Boerwinkel, en griffier Buitenhuis.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing van het wederrechtelijk verkregen voordeel.