ECLI:NL:RBZUT:2010:BN0047
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ontbreken toerekening e-mailverklaring aan gedaagde
De zaak betreft een vordering van eiseres tegen gedaagde voor betaling van een factuur voor geleverde onderdelen. Eiseres baseert haar vordering op e-mailverklaringen die via een mogelijk vervalst gmailadres zijn verzonden, waarin bestellingen werden geplaatst en bevestigingen werden gegeven. Gedaagde betwist dat zij opdracht heeft gegeven en stelt dat de e-mails niet van haar afkomstig zijn.
De rechtbank stelt vast dat de e-mails inhoudelijk aansluiten bij een telefonisch contact tussen eiseres en een medewerker van een derde partij, baggerbedrijf, waarvoor de onderdelen bestemd waren. De tweede asbus is daadwerkelijk bij gedaagde afgeleverd en zonder protest behouden. Dit rechtvaardigt het vertrouwen van eiseres dat de verklaring van gedaagde afkomstig was.
Echter, de rechtbank oordeelt dat gerechtvaardigd vertrouwen onvoldoende is voor contractuele gebondenheid wanneer de verklaring niet daadwerkelijk van gedaagde afkomstig is. Eiseres heeft onvoldoende feiten gesteld die leiden tot toerekening van de verklaring aan gedaagde. De vordering wordt daarom afgewezen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.