Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZUT:2010:BM8269

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
18 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/580051-08 BVS-nummer: 10/356
Instantie
Rechtbank Zutphen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Krijger
  • Gilhuis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot aanhouding van strafzaak in afwachting van vervolgingsbeslissing hoger beroep

Verdachte verzoekt om beëindiging van de strafzaak wegens langdurige inbeslagname van zijn auto en het uitblijven van vervolging, waardoor hij financieel is benadeeld. De verdediging stelt dat het openbaar ministerie niet binnen redelijke termijn heeft gehandeld en dat het onderzoek feitelijk stil ligt.

Het openbaar ministerie erkent vertraging in het MELOE-onderzoek maar benadrukt dat recent nog onderzoekshandelingen zijn verricht en dat de vervolgingsbeslissing afhankelijk is van het hoger beroep in een gerelateerde zaak (TOMPOES). Hierdoor is het nog onduidelijk of vervolging zal plaatsvinden.

De rechtbank oordeelt dat het aannemelijk is dat binnen afzienbare tijd duidelijkheid komt over vervolging en besluit het verzoek tot beëindiging aan te houden tot de raadkamerzitting van 22 oktober 2010. De zitting wordt openbaar gehouden en verdachte wordt opgeroepen.

Uitkomst: Verzoek tot beëindiging strafzaak aangehouden tot 22 oktober 2010 in afwachting van vervolgingsbeslissing hoger beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/580051-08
BVS-nummer: 10/356
De rechtbank heeft te beslissen op een op 6 april 2010 ter griffie van deze rechtbank binnengekomen verzoekschrift ex artikel 36 van Pro het Wetboek van Strafvordering van:
[verdachte],
[adres, plaats],
verder te noemen verdachte.
Raadsman: mr. Baggen, advocaat te Arnhem.
De rechtbank heeft de processtukken bezien. Het verzoekschrift is achter gesloten deuren behandeld door de raadkamer op 4 juni 2010. Van deze behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
Motivering
Standpunt van de verdachte/verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er onder een medeverdachte een auto van verdachte in beslag is genomen. Sinds de inbeslagname zijn ruim twee jaren verstreken, zonder dat het openbaar ministerie tot verdere vervolging is overgegaan. Gezien de lange tijd die is verstreken sinds de inbeslagname, valt ook niet meer te verwachten dat het openbaar ministerie nog tot verdere vervolging overgaat.
Door de destijds verrichte onderzoekshandelingen zit verdachte financieel aan de grond. Een groot gedeelte van zijn kapitaal zit in de in beslag genomen auto. Indien de strafzaak wordt beëindigd, kan de auto worden teruggegeven aan verdachte en kan hij verder met zijn bedrijf.
Standpunt van het openbaar ministerie
Hoewel het openbaar ministerie in gebreke is gebleven inzake de voortgang van het MELOE-onderzoek, waar verdachte deel van uitmaakt, is het niet juist dat het onderzoek stil ligt. Tot 14 dagen geleden zijn nog onderzoekshandelingen verricht. Ook is pas recentelijk reactie gekomen op de gedane internationale rechtshulpverzoeken. De vervolgingsbeslissing inzake MELOE is afhankelijk van de opstelling van het openbaar ministerie in het hoger beroep van TOMPOES. Wanneer de opstelling van het openbaar ministerie bepaald wordt, is nog onduidelijk. Zolang nog onduidelijk is hoe het openbaar ministerie om gaat met het hoger beroep inzake TOMPOES, dienen de strafzaken in MELOE niet te worden beëindigd.
Beoordeling door de rechtbank
Aannemelijk is dat nu binnen afzienbare tijd duidelijk zal zijn of verdere vervolging wel of niet zal plaatsvinden. Tegen deze achtergrond zal de behandeling van het verzoek, rekening houdend met de zomerperiode, voor bepaalde tijd worden aangehouden.
Beslissing
De rechtbank houdt aan het verzoek tot beëindiging van de strafzaak van verdachte tot de raadkamerzitting van vrijdag 22 oktober 2010 te 13.45 uur.
De rechtbank beveelt de oproeping van verdachte tegen de hierboven genoemde terechtzitting, met kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.
Deze beslissing is gegeven door mr. Krijger, voorzitter, mrs. Gilhuis en Aufderhaar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Schippers, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 juni 2010.
Mr. Aufderhaar is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.