ECLI:NL:RBZUT:2010:BM4245
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Krijger
- Gilhuis
- Feraaune
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs groepsverkrachting en dronken voeren vrouw
Vier mannen werden verdacht van groepsverkrachting van een 18-jarige vrouw tijdens een feest in Hattem, en twee andere mannen van het dronken voeren van een vrouw in Raalte om seks met haar te hebben. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat het slachtoffer zich in een toestand van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht bevond, waardoor zij niet in staat was haar wil te bepalen of kenbaar te maken.
Het slachtoffer kon zich niet herinneren wat er was gebeurd, maar er was geen bewijs dat zij zodanig dronken was of dat er iets in haar drankje was gedaan. Verdachte verklaarde dat het seksuele contact vrijwillig was en dat het slachtoffer normaal reageerde. Forensisch medisch onderzoek suggereerde dat de symptomen konden passen bij intoxicatie met GHB, maar er was geen bewijs dat de groep jongens dergelijke middelen gebruikte.
De officier van justitie vorderde vrijspraak vanwege gebrek aan bewijs. De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de verklaringen van het slachtoffer en de bewijsmiddelen, waaronder de telefoongesprekken. De rechtbank concludeerde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden en sprak de verdachten vrij.
De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen bewezen feit was waarop de schadevordering kon worden gebaseerd. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachten worden vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van groepsverkrachting en dronken voeren.