ECLI:NL:RBZUT:2010:BL7599
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bodemvoorrecht fiscus en stoffering showroomgoederen in faillissement
De rechtbank Zutphen behandelde een geschil tussen Wilco Engineering B.V. en de curator van een failliete vennootschap over de kwalificatie van goederen in de showroom van de failliete vennootschap. Wilco stelde dat de goederen voorraad waren en niet als bodemzaken konden worden aangemerkt, zodat haar pandrecht daarop van toepassing was. De curator en de fiscus stelden dat het ging om bodemzaken in de zin van artikel 22 lid 3 Invorderingswet Pro 1990, waardoor het bodemvoorrecht van de fiscus voorrang heeft.
De rechtbank overwoog dat het begrip 'huis' ruim moet worden uitgelegd en dat onder 'stoffering' alle roerende zaken vallen die duurzaam het gebruik van het gebouw ondersteunen. Uit verklaringen en foto’s bleek dat de showroomartikelen, waaronder luxe bubbelbaden, niet primair voor verkoop uit voorraad waren, maar dienden ter stoffering van de showroom en daarmee duurzaam het pand gebruikten. Ook de incidentele verkoop van showroommodellen deed hieraan niet af.
Gelet hierop wees de rechtbank de vorderingen van Wilco af en oordeelde dat de goederen bodemzaken zijn waarop het bodemvoorrecht van de fiscus rust. De curator mocht de opbrengst van de verkoop op de faillissementsrekening laten storten. Verder werden de proceskosten verdeeld waarbij Wilco werd veroordeeld tot betaling van de curator zijn kosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Wilco af en bevestigt het bodemvoorrecht van de fiscus op de showroomgoederen.