ECLI:NL:RBZUT:2010:BL3973

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
16 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
109503 JERK 09-1348
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:246 BWArt. 1:256 lid 2 BWArt. 1:381 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige ondanks ondercuratelestelling ouders

De rechtbank Zutphen behandelde het verzoek van William Schrikker Jeugdbescherming om de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen tot diens meerderjarigheid. De minderjarige stond reeds onder toezicht van de stichting op grond van een beschikking van 13 januari 2009, geldig tot 20 februari 2010.

Ondanks dat de ouders op 12 januari 2010 onder curatele zijn gesteld, waardoor zij het gezag over de minderjarige verliezen, oordeelde de rechtbank dat dit geen reden is om de ondertoezichtstelling te beëindigen. De ondertoezichtstelling kan zich verzelfstandigen en blijft ook in gezagsloze situaties, zoals bij overlijden van een ouder, in stand. Hierdoor blijft de continuïteit in opvoeding en toezicht gewaarborgd.

De rechtbank wees het verzoek toe om de ondertoezichtstelling te verlengen tot de meerderjarigheid van de minderjarige. Tegelijkertijd werd benadrukt dat zo spoedig mogelijk voorzien moet worden in het gezag over de minderjarige, waarbij de stichting zich bereid heeft verklaard de voogdij op zich te nemen. Zodra de voogdij aan de stichting wordt opgedragen, eindigt de ondertoezichtstelling van rechtswege.

De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte werd afgewezen.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot zijn meerderjarigheid ondanks het gezagsvacuüm door de curatele van de ouders.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Civiel – Afdeling Familie
Zaaknummer: 109503 JERK 09-1348
beschikking van de kinderrechter d.d. 16 februari 2010
op het verzoek van: William Schrikker Jeugdbescherming,
namens de Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland,
gevestigd te: 1112 XC Diemen,
adres: Dalsteindreef 69,
verder te noemen: de stichting,
inzake
de minderjarige: [minderjarige],
geboren op: [1992] in de [gemeente],
en
de met het ouderlijk gezag belaste ouders:
de moeder: [moeder] en
de vader: [vader],
wonende te: [plaats],
adres: [adres].
Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
-het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 29 december 2009;
-het proces-verbaal van de terechtzitting van 2 februari 2010;
-de notitie van het telefoongesprek tussen de griffier en de gezinsvoogd op 2 februari 2010.
De feiten
Krachtens beschikking van de kinderrechter te Zutphen van 13 januari 2009 staat de minderjarige onder toezicht van de stichting tot 20 februari 2010.
Het verzoek
De stichting verzoekt:
-op grond van artikel 1:256 lid 2 Burgerlijk Pro Wetboek de ondertoezichtstelling van de minderjarige te verlengen tot zijn meerderjarigheid op [2010];
-de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Zij stelt dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn.
Het standpunt van de ouders
De ouders zijn ter zitting verschenen en voeren geen verweer tegen het verzoek de ondertoezichtstelling te verlengen tot de datum meerderjarigheid.
Het standpunt van de stichting
De gezinsvoogd heeft ter zitting naar voren gebracht dat haar is gebleken dat de ouders op 12 januari 2010 bij beschikking van de rechtbank Zutphen, sector kanton – locatie Oude IJsselstreek, onder curatele zijn gesteld. Zij heeft een kopie van beide beschikkingen overgelegd. Ten gevolge van de ondercuratelestelling van de ouders is een gezagsvacuüm ontstaan.
Na de zitting heeft de gezinsvoogd telefonisch aan de griffier meegedeeld dat het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling eventueel kan worden afgewezen en dat zij zo spoedig mogelijk een verzoekschrift zal indienen met het verzoek aan de kinderrechter ambtshalve in het gezag over de minderjarige te voorzien en de voogdij aan de stichting op te dragen.
De beoordeling
Beide ouders zijn op 12 januari 2010 onder curatele gesteld. Zij zijn daardoor per die datum onbevoegd geworden tot het gezag over hun nog minderjarige zoon (artikel 1:246 en Pro 1:381 van het Burgerlijk Wetboek). Voor de beoordeling van het verzoek om verlenging van de ondertoezichtstelling is van belang of de ondertoezichtstelling door de (gevolgen van) de curatele is getroffen. Deze vraag wordt negatief beantwoord. Hoewel de ondertoezichtstelling ingrijpt in het gezag van de ouders en daarmee dus nauw verbonden is, moet op basis van de literatuur en jurisprudentie aangenomen worden dat de ondertoezichtstelling zich onder omstandigheden kan verzelfstandigen en ook in gezagsloze situaties in stand kan blijven, zoals bij voorbeeld in het geval van het overlijden van de (enige) gezagsouder. Ook in het onderhavige geval, waarin nadat de ondercuratelestelling van de ouders nog niet is voorzien in het gezag over de minderjarige en er dus sprake is van een gezagsvacuüm, moet er met het oog op het karakter van de kinderbeschermings-maatregel, de noodzakelijke continuïteit in de opvoeding en het toezicht daarop en in verband met de rechtszekerheid van uitgegaan worden dat de ondertoezichtstelling voortduurt, vooralsnog tot 20 februari 2010 (vervaldatum). De volgende vraag die beantwoordt dient te worden is of de ondertoezichtstelling kan worden verlengd tot de meerderjarigheid van de meerderjarige op [2010]. Ook die vraag wordt positief beantwoord. Het onderhavige verzoek zal daarom worden toegewezen.
Niettemin dient zo spoedig mogelijk te worden voorzien in het gezag over de minderjarige. Daartoe heeft de stichting inmiddels een verzoek aan de rechtbank gericht waarbij zij zich ook bereid heeft verklaard om de voogdij op zich te nemen. Nu het tijdstip waarop – onherroepelijk – in het gezag over de minderjarige zal zijn voorzien onbekend is, de gronden voor de ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn en het noodzakelijk is dat de gezinsvoogd de ontwikkeling van de minderjarige kan blijven volgen en begeleiden en kan ingrijpen wanneer dat noodzakelijk is, zal de ondertoezichtstelling worden verlengd tot aan de meerderjarigheid. In het geval de voogdij aan de stichting wordt opgedragen, zal, vanwege het feit dat het gezag over de minderjarige dan overgaat naar een rechtspersoon, daarmee de ondertoezichtstelling van rechtswege eindigen.
De beslissing
de kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling tot [2010] (datum meerderjarigheid);
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.G.M.T. Weijers-van der Marck en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 februari 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.