ECLI:NL:RBZUT:2010:BK9742
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Ouweneel
- De Bie
- Feraaune
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen in zwembad
Verdachte werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met twee minderjarige meisjes in een zwembad te Wezep. De tenlastelegging betrof het betasten van de vagina, billen en benen van de meisjes. De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens niet-naleving van de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik, waaronder het ontbreken van geluidsopnamen en onjuiste proces-verbaalweergave.
De rechtbank erkende dat de opsporingsambtenaren niet volledig volgens de richtlijnen hadden gehandeld, maar oordeelde dat dit niet leidde tot niet-ontvankelijkheid omdat er geen sprake was van grove veronachtzaming of doelbewuste schending van rechten van verdachte. Wel werd bij de bewijsbeoordeling extra zorgvuldigheid betracht.
De verklaringen van de aangeefsters waren onderling inconsistent en er ontbrak direct steunbewijs. De verklaring van de zwembaddirecteur werd niet doorslaggevend geacht. Verdachte ontkende de beschuldigingen en stelde dat eventuele aanrakingen per ongeluk waren. Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen op 19 januari 2010 na een terechtzitting op 5 januari 2010.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen.