ECLI:NL:RBZUT:2009:BK7298
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing lijfsdwang bij invordering belastingschuld wegens onvoldoende bewijs van ultimum remedium
De rechtbank Zutphen behandelde een verzetprocedure waarin gedaagde onwillig werd geacht zijn belastingschuld van €807.947,- te voldoen. De ontvanger had dwangbevelen uitgevaardigd en verzocht om tenuitvoerlegging door lijfsdwang. Gedaagde betwistte onwil en stelde dat een substantieel deel van het wederrechtelijk verkregen voordeel was besteed of in beslag genomen.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde over voldoende middelen beschikt om de schuld te voldoen en onwillig is te betalen. Echter, lijfsdwang is een ultimum remedium en mag alleen worden toegepast als andere middelen zijn uitgeput. De ontvanger had onvoldoende aangetoond dat alle andere middelen waren geprobeerd. Bovendien moet gedaagde eerst zijn informatieplicht nakomen door relevante gegevens te verstrekken.
Daarom wees de rechtbank de vordering tot lijfsdwang af, stelde gedaagde in de gelegenheid om alsnog te voldoen aan zijn informatieplicht en veroordeelde hem om binnen twee weken de gevraagde gegevens te verstrekken. De kosten werden gecompenseerd en het verstekvonnis werd voor het overige bekrachtigd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de tenuitvoerlegging van dwangbevelen door lijfsdwang af en veroordeelt gedaagde tot het verstrekken van gevraagde informatie binnen twee weken.