ECLI:NL:RBZUT:2009:BK4478
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzet tegen dwangbevel tot invordering dwangsom wegens illegale paardenstal
De zaak betreft een verzetprocedure van [naam] Vastgoed B.V. tegen een dwangbevel van de gemeente Ermelo tot invordering van een dwangsom van € 10.000,- en bijkomende kosten wegens het niet verwijderen van een illegaal gebouwde paardenstal. Het dwangbevel was opgelegd na een besluit van het college van burgemeester en wethouders dat de stal binnen zes weken moest worden verwijderd.
De rechtbank beoordeelt de zaak aan de hand van de oude Awb-regels, omdat de overtreding plaatsvond vóór de inwerkingtreding van de Vierde tranche van de Awb op 1 juli 2009. Het verzet is tijdig en op juiste wijze ingesteld. De gemeente stelt dat de last onder dwangsom onherroepelijk is en dat de dwangsom terecht is verbeurd. [Eiseres] betwist onder meer de bevoegdheid tot invordering wegens verjaring en de hoogte van de invorderingskosten.
De rechtbank oordeelt dat de verjaringstermijn door een aangetekende sommatiebrief tijdig is gestuit en dat de verzetdagvaarding de verjaring verder schorst. De last onder dwangsom is terecht overtreden. Wat betreft de invorderingskosten stelt de rechtbank vast dat de gemeente slechts voor € 581,33 aan kosten voldoende heeft onderbouwd, terwijl het resterende bedrag van € 691,97 onvoldoende is gespecificeerd.
De rechtbank verklaart het verzet daarom deels gegrond voor dat bedrag en stelt het dwangbevel voor dat deel buiten werking. Voor het overige wordt het verzet ongegrond verklaard. [Eiseres] wordt veroordeeld in de proceskosten ten gunste van de gemeente, met wettelijke rente over het kostenbedrag.
Uitkomst: Het verzet wordt deels gegrond verklaard voor € 691,97 aan invorderingskosten en voor het overige ongegrond verklaard.