ECLI:NL:RBZUT:2009:BK4223
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en schadevergoeding bij verkeersongeval tussen fietser en taxi
Op 21 mei 2005 raakte eiser als fietser betrokken bij een verkeersongeval op een kruising in Amsterdam, waarbij hij werd aangereden door een taxi bestuurd door taxichauffeur. Eiser verleende ten onrechte geen voorrang aan de taxi, die hem pas op het laatste moment zag en niet meer tijdig kon stoppen. De taxichauffeur reed volgens politieonderzoek met een snelheid tussen 43 en 45 km/u, binnen de toegestane limiet.
Eiser vorderde volledige schadevergoeding van Achmea, de WAM-verzekeraar van de taxi, stellende dat de taxichauffeur onoplettend was en te hard reed. Achmea erkende 50% aansprakelijkheid en stelde dat eiser voor 80% eigen schuld had vanwege het niet verlenen van voorrang, mogelijk alcoholgebruik en telefoneren. De rechtbank oordeelde dat het alcoholgebruik en telefoneren niet waren bewezen en dat de snelheid van de taxi niet te hoog was.
De rechtbank stelde vast dat eiser de voorrangsfout had gemaakt en dat dit mede tot het ongeval had geleid. Op grond van artikel 6:101 BW Pro moest de schade naar evenredigheid worden verdeeld. De causale bijdrage van eiser werd geschat op 80%, maar de zogenoemde 50%-regel van de Hoge Raad leidde ertoe dat Achmea ten minste 50% van de schade moest vergoeden. Een nadere billijkheidscorrectie werd niet toegepast vanwege de ernst van de fout van eiser.
De vorderingen van eiser tot volledige vergoeding werden afgewezen en Achmea werd gehouden tot vergoeding van 50% van de schade. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van Achmea.
Uitkomst: Achmea is aansprakelijk voor 50% van de schade van eiser wegens medeoorzaak door eigen schuld van eiser.