ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ7641
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Hödl
- Varenhorst
- Prisse
- Rechtspraak.nl
Beslissing rechtbank over onderzoeksverzoeken en voorlopige hechtenis in strafzaken tegen drie verdachten
De rechtbank Zutphen heeft op 15 september 2009 een tussenbeslissing genomen in drie gelijktijdig behandelde strafzaken tegen verdachten A, B en C. De beslissing betreft diverse onderzoeksverzoeken van de verdediging, waaronder het horen van getuigen en het toevoegen van processtukken aan het dossier. De rechtbank oordeelt dat veel verzoeken onvoldoende zijn onderbouwd of dat er geen verband is met de aan de orde zijnde verdenking, en wijst deze af.
Het verzoek tot het horen van enkele getuigen, waaronder getuigen A, B en D, wordt wel toegewezen vanwege het verdedigingsbelang. De rechtbank verwijst de zaken voor nader onderzoek naar de rechter-commissaris, die belast is met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.
Het preliminair verweer van verdachte B dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard wegens het niet opmaken van een proces-verbaal, wordt verworpen. De rechtbank stelt dat de belangen van verdachte niet zijn geschaad en dat de brief van de officier van justitie voldoende is.
Verzoeken tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachten B en C worden afgewezen omdat de ernstige bezwaren en gronden voor voorlopige hechtenis onverminderd aanwezig zijn en het maatschappelijk belang bij voortzetting van de hechtenis zwaarder weegt dan de persoonlijke belangen van de verdachten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het preliminair verweer tot niet-ontvankelijkheid af en wijst de verzoeken tot opheffing en schorsing van voorlopige hechtenis af.