ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ7571

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
9 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
102821 - HA ZA 09-601
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 1 Boek 4 BWArt. 78 lid 2 Boek 4 BWArt. 672 lid 1 RvArt. 99 lid 1 RvArt. 104 lid 1 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid kantonrechter inzake inzagerecht legitimaris bij legitieme portie

In deze civiele procedure vordert de gedaagde dat de rechtbank de zaak verwijst naar de sector kanton. De eiser voert verweer tegen deze verwijzing. De rechtbank overweegt dat hoewel artikel 78 lid 1 Boek Pro 4 BW niet expliciet de kantonrechter aanwijst als bevoegde rechter voor het inzagerecht van een legitimaris, dit wel volgt uit het wettelijk systeem. De kantonrechter is immers bevoegd voor verzoeken tot boedelbeschrijving en bevestiging daarvan onder ede, wat samenhangt met het inzagerecht.

De rechtbank verwerpt het primaire verweer van de eiser en oordeelt dat ook het inzagerecht tot de bevoegdheid van de kantonrechter behoort. Subsidiair stelt de eiser dat, indien de kantonrechter bevoegd is, dit de kantonrechter van de woonplaats van de overledene moet zijn. De rechtbank wijst dit af en bevestigt de bevoegdheid van de kantonrechter van de woonplaats van de gedaagde.

De rechtbank wijst de vordering tot verwijzing toe, verwijst de zaak naar de sector kanton van de rechtbank Zutphen, locatie Apeldoorn, en veroordeelt de eiser in de proceskosten van het incident. Partijen worden geïnformeerd over de verdere procedure en het feit dat zij niet meer verplicht zijn een advocaat in te schakelen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verwijzing toe en verwijst de zaak naar de sector kanton van de rechtbank Zutphen, locatie Apeldoorn.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Civiel – Afdeling Handel
zaaknummer / rolnummer: 102821 / HA ZA 09-601
Vonnis in incident van 9 september 2009
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats],
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat mr. J. Mulder te Rotterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats, gemeente],
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. M. Meijer te Apeldoorn.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, betekend op 29 april 2009
- de incidentele conclusie tot verwijzing tevens akte overlegging productie
- de incidentele conclusie van antwoord.
2. De beoordeling in het incident
2.1. [gedaagde] vordert dat de rechtbank de zaak verwijst naar de sector kanton. [eiser] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
2.2. Hoewel de wetgever in artikel 78 lid 1 Boek Pro 4 van het Burgerlijk Wetboek bij het inzagerecht van een legitimaris niet expliciet de kantonrechter als de bevoegde rechter heeft aangewezen, is diens bevoegdheid niettemin af te leiden uit het wettelijk systeem. Immers, de kantonrechter is ingevolge het bepaalde in artikel 672 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de bevoegde rechter bij het verzoek een boedelbeschrijving te bevelen en ingevolge het bepaalde in artikel 78 lid 2 Boek Pro 4 van het Burgerlijk Wetboek bij het verzoek de deugdelijkheid van de boedelbeschrijving onder ede te bevestigen.
Dit leidt tot de conclusie, dat de wetgever – hoewel niet expliciet bepaald - er kennelijk voor heeft gekozen ook het mindere, te weten de aanspraak van een legitimaris op inzage en afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie behoeft, tot de bevoegdheid van de kantonrechter te laten behoren. Het primaire verweer van [eiser] moet daarom worden verworpen.
2.3. [eiser] heeft bij wege van subsidiair verweer aangevoerd, dat, indien de rechtbank bepaald dat de sector kanton bevoegd is, de rechter van de woonplaats van de overledene bevoegd is, zijnde de sector kanton, locatie Rotterdam.
Krachtens het bepaalde in artikel 99 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de rechter van de woonplaats van de gedaagde bevoegd, tenzij de wet anders bepaalt. Dat in artikel 104 lid 1 Rv Pro is bepaald, dat in zaken betreffende nalatenschappen mede bevoegd is de rechter van de laatste woonplaats van de overledene maakt het voorgaande niet anders.
2.4. Op grond van het vorenstaande zal de zaak worden verwezen naar de sector kanton van deze rechtbank, locatie Apeldoorn.
2.5. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden tot op heden begroot op € 384,00 wegens salaris advocaat.
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident
3.1. wijst de vordering toe;
3.2. veroordeelt [eiser] in de kosten van het incident, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op EUR 384;
3.3. verklaart dit vonnis met betrekking tot de kostenveroordeling in het incident uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak
3.4. verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de sector kanton van deze rechtbank, locatie Apeldoorn, op 14 oktober 2009 om 10.00 uur;
3.5. wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren;
3.6. wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen;
3.7. wijst partijen erop dat de kantonrechter zal beslissen over de proceskosten in deze procedure, waaronder het vast recht van EUR 262,00 voor [eiser] en EUR 262,00 voor [gedaagde].
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2009.